De God van De Dood
home info publicaties zoeken



De God van De Dood


1

Het Beeld van Christus dat gij ziet,
is de aartsvijand van mijn oog.
Uw beeld is de Vriend van alle Mensen, 
Mijn Christus spreekt tot de blinden in Parabels.
De uwe bemint de wereld die de mijne haat, 
Uw hemeldeuren zijn de poorten van mijn hel. 
       William Blake  (1)

2
De dood.
Een confrontatie met De Dood?
Dood, afgelopen?
Afschuwelijk!
 
3
Zeg dat het niet waar is!
Afgelopen?
Zeg dat het niet waar is!!
Afschuwelijk!
Zeg dat het niet waar is!!!
 
4
Het is niet waar,
er is leven na de dood.
God zorgt hiervoor.
 
5
Hallo,
hallo stem die zegt
dat het niet waar is.
Wie ben je?
 
6
Hallo stem,
wie ben je?
 
7
Hallo ...
 
8
Geen antwoord.
Geen contact.
De stem wil niet zeggen wie die is.
Ook diep op de achtergrond
voel ik geen contact.
 
9
Vermoedelijk is, was,
deze stem niet echt.
 
10
Als deze stem niet echt was,
wie of wat was het dan?
En waar kwam het vandaan?
 
11
Van de Ene kwam het niet,
want Zij-Hij-Het is echt.
Als dit niet zo is,
dan bestaat de Ene niet.
 
12
We zijn op zoek naar de stem "het is niet waar".
Deze stem is hoogst waarschijnlijk
niet echt,
maar wel waargenomen.
 
13
Noch eens proberen:
stem, wie ben je?
 
14
Ik voel iets die of dat wel echt is,
maar het is niet die stem.
 
15
Van waar was die stem?
Zoeken we een naald in een hooiberg?
 
16
Misschien.
Een naald in een hooiberg?
Een hooiberg?
Materie?
 
17
Indien de stem niet uit "de hemel" komt,
dan komt ze wellicht uit de materie.
 
18
Aan de materie hoef je geen vragen te stellen,
die antwoord inderdaad niet.
Misschien zitten we op een goed spoor.
Het heeft iets van een detectieveverhaal.
 
19
Even hernemen:
Dood!
Zeg dat het niet waar is!
Een stem zegt dat het niet waar is.
Het lijkt een stem uit de materie.
Of is het uit de onderwereld?
 
20
De materie heeft geen stem,
die kunnen we al uitsluiten.
De onderwereld?
De hel?
Kwam de stem "het is niet waar"
uit de hel?
 
21
William Blake had het over
"het huwelijk van hemel en hel".
Ik dacht dat de stem uit "de hemel" kwam,
maar misschien was het wel uit de hel.
 
22
Dag hel,
kwam de stem van bij jou?
 
23
Flits.
Er is iets door me heen gegaan.
als de hemel en de hel al bestaan,
dan zitten ze in de mens zelf,
diep in de mens verborgen,
en er toch ook buiten.
 
24
De hemel en de hel
diep in mij verborgen?
 
25
De Ene, de "hemel",
de Goddelijke Vonk in mij.
 
26
Hel,
waar ben jij?
Een onherbergzaam gebied in mij?
Dit kan alleen
in het onbewuste zijn.
 
27
Kwam de stem "het is niet waar,
er is leven na de dood,
God zorgt hiervoor"
uit een duister gebied in mijn onbewuste?
Uit "de hel"?
 
28
Waren de geopende hemeldeuren
de poorten van de hel?
Kwam "God zorgt hiervoor" uit de hel?
 
29
Het wordt nog duisterder.
We komen dicht bij
"indien God niet bestond,
dan had men Hem uitgevonden".
 
30
Heeft men God uitgevonden?
En zo ja, wie of wat dan wel?
 
31
Angst!
Angst voor de dood.
 
32
Bestaat God dan niet?
 
33
Terug naar William Blake:
"Het Beeld van Christus dat gij ziet,
is de aartsvijand van mijn oog".
 
34
De God die we uitgevonden hebben,
die bestaat niet.
Die hebben we uitgevonden,
gevonden in, opgedoken uit diepe duisternis,
in en via ons eigen onbewuste.
 
35
Dag stem,
stem die zei "het is niet waar",
je bent ontmaskerd, je bent niet echt,
je was een schim,
een schaduw uit het onbewuste.
 
36
Terug naar de dood.
 
37
Dag dood,
ben jij ook een schim?
 
38
Nee de dood is geen schim
maar realiteit:
ik sterf
en mijn lichaam lost op,
terug naar de natuur.
 
39
Wacht even!
"Ik sterf en mijn lichaam ...".
Zijn we over twee verschillende zaken bezig?
Ik, en mijn lichaam?
 
40
Als dit zo is,
en als mijn uur gekomen is,
dan mag je mijn lichaam hebben.
Akkoord dood?
 
41
Hallo Dood?
Hallo ...
 
42
Hallo, ik ben Yama,
de God van de Dood.
 
43
De God van de Dood?
Niet "de duivel" van de Dood?
 
44
Yama:
De God van de Dood.
 
45
Dag Yama,
ik wou wel eens kennis met je maken.
Jij bent de Dood,
maar je bent niet dood?
Je bent niet (het) niets?
Inderdaad!
My God! Wat is mij dat!
Waar ben ik beland?
Ik begrijp er niets van.
 
46
Yama?
Ja, ik luister.
Het is zo duister, en toch helder.
Yama, als ik mag vragen,
wie ben je?
 
47
Yama:
Nachiketas,
als je wil, wil ik jou onderrichten.
 
48
Bedankt,
diepe dank.
 
49
Maar er is nog onrust in mij.
Yama, mag ik nog een vraag stellen?
 
50
In mijn zoektocht
ben ik de God die wij mensen uitgevonden hebben
tegen gekomen.
Kan jij mij in contact brengen met de Ene?
 
51
Yama:
Ja, dat kan ik.
 
52
Yama:
Nachiketas stelde drie vragen,
jij mag er ook drie stellen.
Nog een derde vraag?
 
53
Dood, wie ben jij?
 
54
Yama:
ik zal je onderrichten
als je dit wilt.



(1) Uit "Het Eeuwige Evangelie".
Geciteerd in Geschiedenis van de Gnosis.
William Blake (*).
top




Tekst

"De God van De Dood"

Toelichting

Praktisch

De paragrafen zijn genummerd.
Waar nodig krijgen in de onderstaande toelichting de regels binnen een paragraaf een letter, bvb. 3b : 3de paragraaf, 2de regel
Fouten (door wijzigingen achteraf) zijn altijd mogelijk.

Vertrekpunten

Er zijn drie grote lijnen

  • In de vroege ochtend kreeg ik inzichten over de dood die ik wou opschrijven.
    Het is zo dat de inzichten die ik doorkrijg in de eerste plaats leringen zijn, voor mij bestemd, waar ik het dan maar mee moet/mag doen. De methode die mij past is opschrijven en al schrijvende verwerken.
    Dit als achtergrond hoe deze tekst ontstaan is.
    Tijdens het schrijven kwamen twee andere bronnen in mij op:
  • William Blake (*): een zeer hoogstaande Westers gnosticus.
  • De Katha Upanishad. Een hindoeïstische tekst - uit de Veda's - die handelt over "het mysterie van de dood" (2).

1. Citaat William Blake

Een citaat die kan tellen. Om eerlijk te zijn, dit citaat heb ik nog niet volledig kunnen doorgronden.
Ook eerlijk: ik heb dit citaat ook een beetje als buffer gebruikt, in die zin "voor wie hier echt niet mee overweg kan, die zal mogelijks afhaken".
Mijn tekst is minder vergaand en diepgaand, maar er staan ook zaken in - vnl. rond de God die we zelf uitgevonden hebben - die voor sommige mensen wellicht totaal onaanvaardbaar zijn.

Het citaat van Blake doet me denken aan een vers uit het Evangelie van Thomas (*) (nr. 56):

Jezus heeft gezegd:
Wie de wereld heeft gekend heeft een lijk gevonden
en wie een lijk heeft gevonden
de wereld is hem niet waardig.


Ook in Katha Upanishad staat een min of meer vergelijkbare tekst (I.2.1.5)

Zij die onwetend zijn van hun onwetendheid,
vinden zichzelf vaak wijs, verstandig en geleerd,
maar zij volgen waarlijk een kronkelig pad,
zij gaan als blinden geleid door blinden. 

3. Zeg dat het niet waar is!

Een noodkreet. Belangrijk is om uit te zoeken en in te zien van waar de noodkreet "de dood mag niet waar zijn!" komt.
Er is een harde innerlijke strijd. De hardste strijd die de mens kent is de strijd tegen zich zelf.

4. Het is niet waar ...

Het verlossende antwoord.
Het blijkt echter van korte duur te zijn, het neem de onrust slechts heel tijdelijk weg.

5. hallo stem ... wie ben je?

Diep in ons




(2) De formulering "Het mysterie van de dood", is overgenomen van W.H. van Vledder, auteur van het boek Het mysterie van het Zelf : de voornaamste Upanishaden .