Mahatma Gandhi noemde het ahimsa. Wij vertalen dit door geweldloosheid, maar die vertaling doet onvoldoende recht aan de diepere betekenis van het begrip.
Wij leven nog in de navolging van Descartes (1), die een strikte scheiding aanbracht tussen geest en lichaam. Daardoor wordt een scherp onderscheid gemaakt tussen fysiek en psychisch geweld. Naar mijn mening is dit onderscheid nauwelijks nodig. Er bestaan uiteraard gradaties, maar dit zowel in psychisch als in fysiek geweld.
Haat, wrok, pesten, verslavende algoritmen, stalking, intimidatie, machtsmisbruik, het zijn allemaal vormen van geweld. Het gaat hier niet om fysiek geweld, maar geestelijk of zelfs etherisch geweld.
In analogie met het woord non-dualiteit denk ik aan woord non-geweld. Dit lijkt me een beter woord dan geweldloosheid dit omdat geweldloosheid te veel alleen op het fysieke geweld slaat. Non-geweld staat naar mijn aanvoelen veel dichter bij ahimsa, de term die Gandhi gebruikte.
Ook dit: er worden etherische oorlogen uitgevoerd, maar dat gaat voor mij wat te ver, daar heb ik weinig zicht op. Dit idee komt onder meer terug bij Christina von Dreien en binnen de antroposofie rond Aartsengel Michael.
De mens is van nature een duaal wezen: enerzijds reikt hij tot in de hemelen (Nirvana), anderzijds zit hij gevangen in astrale krachten.
Terwijl ik dit artikel schreef was ik bezig met de Dhammapada te lezen van de Boeddha.
Dit sluit hier prachtig bij aan
391. Wie geweldloos is in gedachten, woord en daad, wie zichzelf op die manier volledig in de hand heeft, die noem ik een ware meester.